Jean Francois Michel werd gedoopt in de Sint-Romboutsparochie te Mechelen op 24 oktober 1697 als zoon van Martinus Ludovicus Michel, afkomstig uit Chatelet[1] en Joanna Maria Snyers. Het koppel liet tussen 1697 en 1702 te Mechelen in de Sint-Romboutskerk minstens 4 kinderen dopen, waarvan J.F. de oudste schijnt te zijn.
Vader M.L. werd in sommige akten medicus huius urbis, wat zoveel betekent als dokter in dienst van de stad en licentiaat in de geneeskunde genoemd.[2] Hij had te Leuven medicijnen gestudeerd en haalde hierin het diploma van licentiaat op 30 september 1684. Hij overleed te Mechelen op 28 oktober 1702 en werd de volgende dag begraven in de Sint-Romboutskerk, in het graf van Adreas Snyers, de overgrootvader van zijn tweede vrouw. Hij was namelijk eerder al eens gehuwd geweest, te Leuven op 25 augustus 1682, met Catharina Coppens, met wie hij geen kinderen had. De familie woonde in de Koestraet, momenteel de Fr. De Merodestraat, een straat die vertrekt vanaf de Grote Markt naar de ring, richting Lier (noordoost). Daar zij hun kinderen lieten dopen in de Sint-Romboutskerk laat vermoeden dat zij in deze straat dicht tegen de Grote Markt aan verbleven. Zijn huwelijk met Joanna Maria Snyers had plaats te Lier op 4 maart 1695. Deze laatste was de dochter van Jan Snyers, drossaard van Vorsselaer, daarna Schepen en Burgemeester van Lier. De familie Snyers had evenwel een Mechelse voorgeschiedenis.
J.F.’s zuster Joanna Carolina werd gedoopt op 4 oktober 1699 in dezelfde kerk.. Zij huwde later te Mechelen in genoemde kerk “E.H”. Petrus de Vivario en woonde voor haar overlijden in 1746 aan de Wollemarkt De familie de Vivario was een zeer voorname familie in onze contreien. Peter Franciscus[3] werd geboren te Londen in 1697 en overleed te Mechelen in 1762. De huwelijksgetuigen waren Guillelmus Joannes de Quertemont en Joannes Carolus de Quertemont. J.C. de Quertemont werkte te Mechelen als notaris van 1743 tot 1773.
Op 14 juli 1733 huwden te Mechelen in dezelfde kerk Guillelmus Franciscus Joannes de Quertemont met Clara Antonia Michel, waarbij Anna Carolina Michel en Carolus, Adrianus de Quertemont als getuigen optraden. Deze laatste werkte te Mechelen als notaris van 1693 tot 1742. Clara Antonia, eveneens een zuster van J.F, was gedoopt te Lier op 5 februari 1696 en overleed te Mechelen op 17 december 1781. G.F.J. de Quertemont was eveneens advocaat in de Grote Raad, lid van het Feodaal Hof van Brabant in het Land van Mechelen, één van de zeven delen van het Markizaat van het Heilig Roomse Rijk, waarvan Antwerpen de hoofdplaats was, en schepen-rechtsraadslid van het Hof van Befferen.
Een andere zuster van J.F. was Joanna Maria, gedoopt in dezelfde kerk op 8 maart 1701. De twee getuigen bij haar doop noemde beiden met hun familienaam Snyers, naar haar moeder’s familie. Eén ervan was een begijn. Joanna Maria overleed te Mechelen op 7 augustus 1730.
Nog een andere zuster overleed zeer kort na de geboorte in 1702. Uit deze begrafenisakte bleek dat de familie in de Koestraet woonde.
Jean Francois Michel zelf was op 2 februari 1719 gehuwd te Leuven, in de Sint-Pietersbasiliek met Anna Catharina De Goede, afkomstig van dezelfde stad. Ze overleed hier trouwens, op 18 november 1749 en werd er begraven in de Grote Ziekenhuiskerk. Zij hadden samen geen kinderen. Hij behaalde het licentiaatsdiploma in de Rechten te Leuven op 15 december 1718. Hij werd advocaat in de Grote Raad door toelating op 27 juni 1720 en in het Kerkelijk Hof van de Aartsdekenij Mechelen op 1 december 1724. Op 28 november 1728 wordt hij, door patentbrieven van Zijne Majesteit, recht-raadgevend schepen aan de hoofdrechtbank van Befferen in het Land van Mechelen benoemd, evenals in het Domeinhof van hetzelfde Land hieraan geannexeerd. Op 27 juli 1729 wordt dit bevestigd met een hoogste decreet door de aartshertogin Maria Elisabeth, Generale Gouvernante van de Nederlanden. Hij was ook lieutenant en auditeur van het nieuwe tweede regiment, genoemd Lorreinen-Wallonië, nationale infanterie in dienst van Zijne Majesteit rond 26 januari 1742, een titel waarvan hij enige tijd later afstand deed. Hij was eveneens betrokken bij de onderhoudswerken van de militaire vestingswerken en gebouwen van de stad Oostende bij commissie van 28 februari 1757. Hij overleed te Brussel op 1 februari 1773[4]. Zijn laatste woonplaats was de herberg van Christophorus De Donckere in de Putterij. Deze wijk is gelegen op de plaats waar tegenwoordig het Centraal Station staat. Hij werd er begraven in de Sint-Goedelekerk. Hij hield veel van Kunst en Wetenschappen, voornamelijk het tekenen, de schilderkunst en de muziek. Terwijl hij lieutenant en auditeur was, vertaalde hij les Ordonnances Militaires & Articles de Guerre in de Franse en Nederlandse taal ten gebruike van de Nationale Troepen van de Nederlanden en wijdde ze aan de Hertog van Arenberg, kolonel van zijn regiment, en liet hen drukken in 1742 op 16 paginas in quarto.
Zijn grootste werk schijnt in 1771 geschreven te zijn: L’Histoire de la Vie de P.P. Rubens, Chevalier, & Seigneur de Steen, illustrées d’Anecdotes, qui n’ont jamais paru au Public, & de ses tableaux étalés dans le Palais, Eglises é places publiques de l’Europe : & par la démonstrations des Estampes, existantes & rélatives à ses Ouvrages. Enrichie du portrait dudit Chevalier, gravé en taille-douce d’après son dessin, exécuté à la plume, de sa propre main à l’Age de 53 ans. Dédiée à S.A.R. Charles Alexandre, Duc de Lorraine & de Baar, Lieutenant Gouverneur & Capitaine-Général des Pays bas, par J.F.M. Michel, Licencié en Droit. Ignavia nemo factus est immortalis. Salustius L. 4. A Bruxelles, chez AE de Bel, Imprimeur-Libraire, Marché au Bois. M DCC. LXXI.. In 8°, 366 bladzijden, zonder de inhoudstafel die nog eens 6 paginas beslaat.
Het werk werd gepresenteerd aan Z.M. de keizerin-Douarière en Apostolische Koningin Maria-Theresia door de Baron de Neny, haar kabinets-secretaris, aan dewelke Michel het had opgestuurd vergezeld van een brief, in augustus 1771. Z.M. verheugde zich op de gift. Op 4 oktober verkreeg de baron eveneens een exemplaar vanwege Michel. Op 21 maart 1771 gaf C.J. Leyniers, die schijnbaar de macht had om het boek te laten verbieden in verband met de censuur, de toelating om het in druk te geven. Nadien, op 6 april 1771, bevestigde G.J. de Limpens, Raadsheer en Procureur van Brabant, dat het boek geen tegen de religie, goede zeden of tegen de Staat gerichte tekst omvatte.
De belangrijke bibliografie over Rubens[5] van de hand van Prosper Arents vermeldt het werk eveneens en vertelt ons ook dat er een vertaling werd van gemaakt door een zekere Victor C. Van Grimbergen in 1840[6].
De status van de familie kan nog mede geschetst worden aan de hand van een familieband, evenwel nog niet nader uitgezocht met een zekere familie Joffroy. Deze band werd gevonden in een collectie van het Mechels stadsarchief, met name de Weeskamer. Meer over deze instelling kan men vinden op http://www.mechelen.be/archief/archmech.htm.
Op 12 november 1734 wordt J.F. Michel door deze instelling aangesteld als voogd over de kinderen van Jan Barthelomeus Joffroy en Cornelia De Winter. Wat de familieband met deze Joffroy juist was is nog niet duidelijk maar over J.B Joffroy valt heel wat te vertellen.[7] Het schetst ook het op cultureel vlak interessante milieu waarin J.F. Michel zich roert. J.F. Michel wordt er advocaet in sijnen majts. Groote Raed genoemd. Dit kan zijn optreden als “agent” voor een koopman rechtvaardigen.
Onderzoek van de belastingregisters van Mechelen van 1704 tot 1726[8] belicht ook één en ander. Tussen 1704 en 1713 wordt het huis in de Koestraet als volgt beschreven: de weduwe doctoris Michiel, P(roprietaris) Snyers: 200 gulden.[9] Tussen 1713 en 1722 zijn er geen zulkdanige registers bewaard maar vanaf 1722 wordt het huis bewoond door ene dokter Pian, P(roprietaris) Joannes Michel wat zoveel betekent dat onze J.F. Michel eigenaar is geworden, minstens vanaf 1722. Hij is alsdan 25 jaar oud. Blijkbaar woont hij dus niet meer op dit adres. Tot 1726 komt er in deze belastingssituatie geen verandering.
Onderzoek in de Mechelse schepenregisters, registers waarin onder andere verkopen van onroerende goederen werden genoteerd, leverden voor de jaren 1720-1770 een viertal hits opwat betreft de naam Michel. Het gaat steeds over een paar huizen in de Koestraat vooraan tegen de Grote Markt . Uit deze akten blijkt dat het goed dat de familie Michel bewoonde-beheerde uit de erfenis van schoonvader Andreas Snyers voortvloeiden.
In 1735[10] ontvangt J.F. Michel en zijn vrouw Anna Catharina De Goede een som van 400 gulden van de zeer eerwaarde heer Eligius Rigout en Francisca Maria Pauwens, proost en priorinne van het Klooster van Leliëndael, in verband met een huis, gronden en toebehoren in de Koestraat, tussen het huis van Juffrouw Michel en dat van Andries Imbrechts + 1/3 van het achterhuis comende op het Nieuwwerck. Hierbij komen een belangrijk nieuw element naar voren: de locatie van het huis gelegen naast datgene waar sprake van was was in het bezit van zijn zuster.
In 1748[11] wordt het genoemde achterhuis door J.F. Michel, nog altijd als advokaat bij de Grote Raad vernoemd, verkocht aan Jacobus De Bres. In deze akte komt eveneens Clara Antonia Michel en haar man Guillelmus Josephus de Quertemont, verder ook Petrus Franciscus de Vivario, “vader en momboir van zijn enig minderjarig kind”, voor.
Na onderzoek in de wijkboeken van de stad blijkt het onder meer over de huizen De Drij Hespen en het huis Het Scilt van Hongarije te gaan. De Drij Hespen was sinds 1668 in bezit van de schoonvader van de vader van J.F. Michel, Andries Snyers, het huis ernaast, het Schilt van Hongarije, later en voorheen ook Henegouwen genoemd, sinds 1654.[12]
Een akte uit 1721[13] luidt min of meer als volgt: De weduwe van de heer Michel, Joanna Maria Snyers en Clara Antoinetta Michel, meerderjarige dochters, zich sterk makende over de minderjarige kinderen ontvangen geld in verband met het huis in de Koestraat, genaamd het Schilt van Hongarije, gestaan tussen, de Drij Hespen en het Gerstebrootien en het achterhuis uytcoomende op het Nieuwwerk (een straat met momenteel nog dezelfde naam), alsnog seker huys met eenighe baracke, gronde en toebehoorten, gestaen in de Steenstraet alhier, syde van de Groote Merckt, tussen het huis van Jan Bonsheer en de Gulden Muyl. Hier blijkt eens te meer dat het huis uit de erfenis Snyers afkomstig is.
Wat wij als belangrijk kunnen beschouwen in al deze gegevens is het feit dat J.F. gehuwd was, dat hij in 1735 blijkbaar nog in Mechelen “opereerde”. De akte van 1748 laat echter niet duidelijk verstaan dat hijzelf bij de verkoop van zijn huis persoonlijk aanwezig was.
...Verthoont reverentelijck D’Heer Petrus franciscus Vivario, inwoonder alhier hoe dat hij ’t houwelijck heeft gehadt Jouff Anna Carolina Michel, de welcke overleden sijnde heeft achtergelaeten een minderjarigh kint waer van de remonstratnt bij testament van sijne huijsvre is aengestelt tot opermomboit gelijck daer van bij het selve sub virgularis Lineis is blijckende ende alsoo aen het selve kint beneffens de Heere Michel ende aende huijsvrouwe vanden Heere advocaet De Quertemont pro indiviso is competerende een huijs gestaen in de Coestraet ende alnogh een ander achter het Nieuwwerck de welcke den gemelden Heere Michel pretendeert vercocht te hebben als niet deijlbaer sijnde ende daerover niet langer en verstaet in gemeijnsaemheijt te blijven hebbende ten dien eijnde gecommitteert den notaris ende procureur Van den Broeck ...
[1] Généalogie de la famille de Michel, 1786.
[2]
G. VAN DOORSLAER. Aperçu
historique sur la médecine et les médecins à Malines
[3] Zoon van Peter en Anna Maria Engelgrave, kleinzoon van Guillaume en Joanna van Liverlo
[4] Met dank aan de heer Philippe Cullus, die in de registers van de begrafeniskosten van de Sint-Goedelekerk de volgende tekst vond: February 1773 […] 6. Eensinck met 6 heeren op ’t Kerckhof S; Gud. Mijnheer Joannes Franciscus Martinus Michel, woonende ten huijze van Christophorus De Donckere, aubergist in de Refugie van Groenendael in de Putterye, pro jure pellae, 0 [florijn ?] – 14 [stuivers ?] Deze rekeningen zijn naar het schijnt de enige registers van overledenen in de stad Brussel uit de 18de eeuw. De abdij van Groenendael was gelegen in het Zoniënbos
[5] P. ARENTS. Geschriften van en over Rubens, Antwerpen, 1940, uitgegeven door het Comité Rubensherdenking.
[6] [J.F.M. MICHEL]. Historische levensbeschrijving van Petrus Paulus Rubens, ridder, heere van den Steen &c. Verrykt met veele gewigtige byzonderheden, welke by geen andere schryvers tot heden toe te vinden zyn geweest; nevens eene naauwkeurige opgave zyner schilderyen, berustende in de hoven, kerken, en verdere openbaare gebouwen van Europa, met aanwyzing welke van dezelfden in het koper zyn gebragt. [Uit het Fransch vert. door VICTOR CHARLES VAN GRIMBERGEN]. Amsterdam, J. Smit, boekverkooper. 1774. 21.5 x 14 [8], 410, [6] blz. Portr.
[7] H. INSTALLÉ. Patriciërs en ambachtslui in het Mechels stadsbestuur in de tweede helft van de 18de eeuw. Mechelen, 1989. Dit werk omvat een biografie van de zoon Jan Baptist Joffroy, maar er wordt uitgebreid ingegaan over zijn vader Jan Bartholomeus.
[8] SAM, Oud Archief, K, XIII, 1-17, Registers der belastingen op de huizen. Koestraet p. 15v
[9] Wat vergeleken met de omliggende huizen een getal is dat boven de middelmaat ligt
[10] SAM, Oud Archief, G, S I, 356, p. 1-2. (Schepenregisters)
[11] SAM, Oud Archief, G, S I, 369, p. 102-103. (Schepenregisters)
[12] SAM, Oud Archief, Wijkboeken, 3, p. 202-203.
[13] SAM, Oud Archief, G, S I, 342, p.
92v. (Schepenregisters)